In veel afbeeldingen van de geboorte van Jezus zijn de wijzen te zien die samen met de herders bij de voerbak knielen. Volgens het evangelie naar Matteüs (de enige plek in de Bijbel waar over de wijzen verteld wordt) vond het bezoek van de wijzen evenwel op een later tijdstip plaats. Jezus lag al lang niet meer in een voerbak in een stal, maar woonde met zijn ouders ergens in een huis. Lees Matteüs 2:11 maar: ‘Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.’

Als je beseft dat het bezoek van de wijzen enige tijd later gebeurde dan we vaak denken, kan het je zo aan het begin van het nieuwe jaar ook helpen om te bedenken dat Jezus altijd onze aanbidding waardig is. Ook als de feestdagen achter je liggen en de gewone dagelijkse sleur weer begonnen is, hebben we Iemand die we mogen eren.

Jezus is Immanuël, ‘God met ons’ (Mat. 1:23), in elke periode van het jaar. Hij heeft beloofd om ‘alle dagen’ bij ons te zijn. Hij is er altijd, en daarom kunnen we Hem elke dag weer in ons hart aanbidden en erop vertrouwen dat Hij ook in de jaren die nog voor ons liggen zijn trouw zal laten blijken. De wijzen maakten een lange reis om Hem op te zoeken; ook wij mogen Hem zoeken en aanbidden waar we ook zijn.