Noah Purifoy begon zijn carrière als assemblage-kunstenaar toen hij aan de slag ging met drie ton rommel die overbleef nadat de rellen van 1965 in de wijk Watts in Los Angeles overgedreven waren. Van kapotte fietswielen en bowlingballen tot weggegooide banden en beschadigde tv’s (allerhande dingen die niet meer bruikbaar waren) maakte hij met een aantal collega’s kunstwerken die een krachtige stelling vormden over mensen die in de moderne samenleving als ‘vuilnis’ behandeld worden. Door een verslaggever werd Purifoy als het ‘genie van de vuilnishoop’ getypeerd.

In de tijd waarin Jezus leefde, zagen veel mensen anderen die aan ziekten of psychologische problemen leden als zondaars die door God gestraft werden. Die werden veracht en genegeerd. Maar toen Jezus met zijn leerlingen een blind geboren man tegenkwam, zei de Heer dat zijn toestand niet een gevolg van een of andere zonde was, maar een gelegenheid om Gods kracht te laten zien. ‘Zolang ik in de wereld ben, ben ik het licht voor de wereld’ (Joh. 9:5). Toen de blinde Jezus’ instructies opgevolgd had, kon hij weer zien.

Toen de religieuze autoriteiten de man ondervroegen, zei hij eenvoudigweg: ‘Eén ding weet ik wel: ik was blind en nu kan ik zien’ (vers 25).

Jezus is nog altijd het grootste ‘genie van de vuilnishoop’ die er bestaat. Allemaal zijn we door de zonde beschadigd en aangetast, maar Hij pakt ons gebroken leven op en vormt ons tot zijn nieuwe schepping.