Dat is mijn discipel,’ hoorde ik een vrouw eens zeggen over iemand die zij hielp. Als volgelingen van Jezus hebben we allemaal de opdracht om discipelen te maken—om het goede nieuws van Hem te delen met de mensen, en hen te helpen geestelijk te groeien. Maar het gevaar is niet denkbeeldig dat we de blik meer op onszelf dan op Jezus gericht houden.

De apostel Paulus maakte zich zorgen dat de kerk in Korinte haar blik op Jezus aan het kwijtraken was. Twee van de bekende predikers uit die tijd waren Paulus en Apollos. De gemeente was verdeeld: ‘Ik ben van Paulus’, ‘en ik volg Apollos!’. Ze begonnen de blik op de verkeerde personen gericht te houden; ze volgden meer hun menselijke leraar dan de Heer. Paulus wijst hen terecht. We zijn ‘medewerkers van God’. Het maakt niet uit wie er plant en wie begiet, want alleen God kan groei geven. De gelovigen zijn ‘Gods akker’ en ‘een bouwwerk van God’ (1 Kor. 3:6-9). De Korintische christenen waren niet van Paulus of Apollos.

Jezus geeft ons de opdracht erop uit te gaan en mensen tot discipelen te maken en hen over Hem te leren (Mat. 28:20). En de schrijver van de brief aan de Hebreeën herinnert ons eraan om de blik gericht te houden op Jezus, de ‘grondlegger en voltooier van ons geloof’ (12:2). Jezus wordt verheerlijkt wanneer we ons op Hem blijven richten. Hij staat boven alle mensen en zal in onze behoeften voorzien.