Angst sluipt ongevraagd mijn hart binnen. Hij schetst een plaatje van hulpeloosheid en hopeloosheid. Hij pakt me mijn rust en concentratie af. En waar ben ik dan bang voor? Ik ben bezorgd om de veiligheid van mijn gezin of de gezondheid van de mensen van wie ik houd. Ik raak in paniek als ik mijn baan kwijtraak of een relatie stukloopt. Angst richt mijn aandacht naar binnen en brengt een hart aan het licht dat het soms moeilijk vindt om te blijven vertrouwen.

Als die angsten en zorgen toeslaan, is het goed om David gebed in Psalm 34 te lezen: ‘Ik zocht de HEER en hij gaf antwoord, hij heeft mij van alle angst bevrijd’ (vers 5). Hoe bevrijdt God ons van de angst? Wanneer we ‘naar hem opzien’ (vers 6), wanneer we onze blik op hem gericht houden, dan vervaagt de angst. Dan vertrouw je erop dat Hij alles in de hand heeft. Vervolgens noemt David een ander soort vrees, niet één die verlamt, maar een diep respect en ontzag voor Hem die ons omgeeft en bevrijdt (vers 8). We kunnen bij Hem schuilen, want Hij is goed (vers 9).

Dit ontzag voor zijn goedheid helpt ons om de angst in het juiste perspectief te zetten. Wanneer we eraan denken wie God is en hoe groot zijn liefde voor ons is, dan kunnen we in zijn vrede rust vinden. ‘Wie hem vreest lijdt geen gebrek,’ zo luidt Davids conclusie (vers 10). Is het niet geweldig om te ontdekken dat we in de vrees voor de Heer van onze angsten bevrijd kunnen worden?