In 1989 werd Vaclav Havel vanuit zijn situatie als politiek gevangene verkozen tot eerste president van Tsjechoslowakije na de val van het communisme. Jaren later bij zijn begrafenis in Praag (in 2011) omschreef de vroegere Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright (die zelf in Praag geboren is) hem als iemand die ‘het licht op de meest duistere plekken gebracht heeft’.

Waar Havel licht bracht in de politieke arena van Tsjechoslowakije (en later die van de Republiek Tsjechië), heeft Jezus dat voor de hele wereld gedaan. Hij maakte het licht toen Hij het in het allereerste begin vanuit het duister schiep (Joh. 1:2-3; verg. Gen. 1:2-3). En bij zijn geboorte bracht Hij het licht in de arena van het geestelijke leven. Jezus zelf is het leven en het licht dat door de duisternis niet overwonnen kan worden (Joh. 1:5).

Johannes de Doper kwam uit de wildernis om van Jezus, het licht van de wereld, te getuigen. Dat kunnen wij vandaag ook doen. In feite is dat ook wat Jezus ons opgedragen heeft: ‘Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel’ (Mat. 5:16).

In onze huidige wereld (waar goed vaak als kwaad gezien wordt en kwaad als goed, wanneer mensen waarheid niet meer van leugen kunnen onderscheiden) zijn mensen op zoek naar zin en richting voor hun leven. Mogen wij mensen zijn die het licht van Christus in de wereld laten schijnen!