Toen ik samen met mijn vrouw een luchtmachtmuseum bezocht, werden we in het bijzonder geraakt door een tentoonstelling over krijgsgevangenen daar. Een van de onderdelen was een nagebouwde barak van een Duits kamp voor krijgsgevangenen. De vader van Marlene, Jim, had tijdens de Tweede Wereldoorlog veel boven Europa gevlogen. Zijn vliegtuig was neergeschoten en hij was in precies zo’n kamp vastgehouden. Terwijl we door de tentoonstelling liepen, herinnerden we ons wat Jim verteld had over het overweldigende gevoel van vreugde dat hij en zijn medegevangenen voelden op de dag waarop ze bevrijd werden.

In Psalm 146 lezen we over Gods zorg voor de onderdrukten en de bevrijding die Hij aan gevangenen geeft. De dichter heeft het over Hem die ‘recht doet aan de verdrukten, brood geeft aan de hongerigen’ en ‘de gevangenen bevrijdt’ (vers 7). Dit alles mag gevierd worden en God mag hierom geloofd worden. De geweldigste bevrijding is evenwel die van de schuld en de schande. Niet voor niets zei Jezus: ‘Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn’ (Joh. 8:36).

Dankzij Jezus’ offer worden wij bevrijd uit de gevangenis van de zonde en mogen we zijn vreugde en liefde kennen, en de geweldige vrijheid die vergeving kan schenken.