Aan het schorre gelach kon je horen dat mijn vader bezoek had, toen hij in het ziekenhuis lag: twee oude vrachtwagenchauffeurs, een vroegere countryzanger, een ambachtsman, twee vrouwen van naburige boerderijen en ikzelf.

‘. . . en toen stond hij op en sloeg een fles kapot op mijn hoofd,’ zie de ambachtsman ter afsluiting van zijn verhaal over een gevecht in de kroeg.

Iedereen barstte in lachen uit bij deze nu grappige herinnering die hij ophaalde. Mijn pa, die met moeite ademde terwijl zijn gelach met de kanker vocht om de lucht in zijn longen, puft nog net uit dat ‘Randy nu een prediker is’, dus dat iedereen moet oppassen met wat hij of zij zegt. Twee seconden is het muisstil, waarna de hele ziekenhuiskamer in nog harder en luider gelach explodeert.

Als het bezoek een kleine drie kwartier heeft geduurd, schraapt de ambachtsman opeens zijn keel, en wendt zich met een serieuze blik tot mijn vader. ‘Ik doe niet meer aan drinken of kroeggevechten, Howard. Die tijd heb ik gehad. Ik leef nu ergens anders voor. Ik wil je graag vertellen van mijn Heiland.’

En dat is precies wat hij toen deed, hoewel mijn vader nog een zwakke poging deed om te protesteren. Wat toen volgde was de meest vriendelijke en zachtmoedige presentatie van het evangelie die ik ooit gehoord heb.

Mijn pa luisterde en keek, en kwam een paar jaar later ook tot geloof in Jezus. Het was een eenvoudig getuigenis van een oude vriend die een eenvoudig leven kende, en het herinnerde me eraan dat eenvoudig iets anders is dan dom of naïef; het is direct en zonder pretenties.

Net als Jezus. En net als het heil.