Tijdens de twee uur durende terugreis van de bruiloft van een familielid vroeg mijn moeder voor de derde maal welke nieuwe dingen ik voor mijn werk te doen had. Opnieuw vertelde ik haar wat dingen alsof het voor het eerst was. Ondertussen vroeg ik me vertwijfeld af hoe ik het in vredesnaam zo kon brengen dat ze zou onthouden wat ik zei. Mijn moeder leed aan Alzheimer, een progressieve ziekte die het geheugen aantast, gedrag nadelig kan beïnvloeden en uiteindelijk tot verlies van spraakvermogen kan leiden, naast allerlei andere verschijnselen.

Het doet me veel verdriet dat mijn moeder hieraan lijdt, maar tegelijk ben ik dankbaar dat ze er nog is en dat we tijd met elkaar kunnen doorbrengen. Ik geniet ervan als ik haar opzoek en er een brede lach op haar gezicht verschijnt en ze roept: ‘Alyson, wat een leuke verrassing!’ We genieten van elkaars gezelschap, en kunnen zelfs met elkaar communiceren wanneer ze tussen de stiltes door opeens van alles zegt.

Misschien kunnen we dit een klein beetje zien als een beeld van onze relatie met God. In de Bijbel lezen we: ‘Vreugde vindt de HEER in wie hem eren en in wie hopen op zijn liefde en trouw’ (Ps. 147:11). God noemt iedereen die in Jezus als Redder gelooft zijn kind (Joh. 1:12). En hoewel we vaak steeds weer om dezelfde dingen vragen of de woorden niet kunnen vinden, heeft Hij geduld met ons, want Hij heeft een relatie van liefde met ons. Het doet Hem goed wanneer we in gebed met Hem spreken, ook als we er geen woorden voor hebben.