Toen we parkeerplaats afreden, remde mijn man de auto af om een jonge vrouw op de fiets voor te laten gaan. Toen Tom naar haar knikte om aan te geven dat ze door mocht rijden glimlachte ze, zwaaide ze en reed verder. Luttele seconden later smeet de chauffeur van een SUV die geparkeerd stond zijn deur open, waardoor hij de jonge vrouw op de fiets tegen de stoep sloeg. Met bebloede benen keek ze aangeslagen naar haar fiets die helemaal in de kreukels lag.

Later dachten we over dit ongeluk door. Als we haar maar niet voor hadden laten gaan . . . Als de chauffeur opgelet had voordat hij zijn deur opendeed. Als we maar . . . Door de moeilijkheden kom je al snel in een cirkel van twijfel terecht. Als ik maar had geweten dat mijn kind bij tieners was die allemaal dronken . . . Als we de kanker nu maar eerder ontdekt hadden . . .

Wanneer er onverwachts iets naars gebeurt, dan willen we nog wel eens aan Gods goedheid gaan twijfelen. We voelen misschien zelfs iets van de wanhoop die Maria en Marta parten speelde toen hun broer gestorven was. Ach, als Jezus nu maar meteen gekomen was, toen Hij gehoord had dat Lazarus ziek was . . . (zie Joh. 11:21, 32).

Net als Maria en Marta begrijpen we niet altijd waarom bepaalde nare dingen ons overkomen. Maar er is rust te vinden in het besef dat God met zijn plannen iets beters op het oog heeft. Wat de omstandigheden ook zijn, we kunnen op de wijsheid van onze trouwe en liefdevolle God vertrouwen.