Tham Dashu had het gevoel dat hij iets miste in zijn leven. Daarom ging hij naar de kerk. Hij bezocht dezelfde kerk als zijn dochter, maar ze gingen er nooit samen heen. Vroeger had hij haar een keer zwaar gekwetst, en dat had hun uit elkaar gedreven. Daarom glipte Tham altijd naar binnen als het zingen begon, en vertrok hij weer direct na de dienst.

Verschillende gemeenteleden probeerden het evangelie met hem te delen, maar Tham sloeg hun uitnodiging om Jezus te gaan volgen altijd beleefd af. Toch bleef hij wel naar de kerk komen.

Op een dag werd Tham ernstig ziek. Zijn dochter raapte al haar moed bij elkaar en schreef hem een brief. Daarin vertelde ze hoe Jezus haar leven veranderd had en bood ze aan zich met haar vader te verzoenen. Diezelfde avond gaf Tham zijn leven aan Jezus en werd het gezin herenigd. Een paar dagen later stierf Tham en mocht hij bij Jezus zijn. Hij had vrede gesloten met God en zijn gezin.

De apostel Paulus schrijft dat het onze taak is om ‘iedereen te proberen te overtuigen’ van de realiteit van Gods liefde en de vergeving (2 Kor. 5:11). Ook schrijft hij dat het ‘de liefde van Christus’ is die ‘ons drijft’ om zijn werk van verzoening uit te dragen (vs. 14).

Als we bereid zijn te vergeven, dan kunnen we anderen helpen met het besef dat het Gods verlangen is om ons met zich te verzoenen (vs. 19). Ben je bereid om vandaag op Gods kracht te steunen om de mensen zijn liefde te laten zien?