Als je gaat vliegen krijg je voor het opstijgen veiligheidsinstructies van een stewardess. Ze vertelt onder andere wat je moet doen als de druk in de cabine wegvalt. Voor elke passagier is er een zuurstofmasker dat naar beneden komt. Er wordt bij gezegd dat je eerst zelf je masker op moet doen. Voordat je anderen kunt helpen, moet je ervoor zorgen dat je zelf lichamelijk door kunt.

In een brief aan zijn medewerker Timoteüs benadrukte Paulus hoe belangrijk is om ervoor te zorgen dat je zelf geestelijk gezond bent, voordat je anderen kunt helpen en dienen. Hij herinnerde Timoteüs aan zijn vele verantwoordelijkheden als voorganger: er was allerlei valse leer waartegen hij moest strijden (1 Tim. 4:1-5) en foute ideeën die hij moest corrigeren (vs. 6-8). Maar wilde hij dit goed kunnen doen, dan was het allerbelangrijkste dat hij zichzelf in acht moest blijven nemen en zich altijd aan ‘de leer’ moest houden (vs. 16). Voordat hij anderen zou helpen, moest hij er eerst voor zorgen dat zijn eigen relatie met de Heer op orde was.

Wat Paulus hier aan Timoteüs schrijft, is ook op ons van toepassing. Elke dag kom je mensen tegen die de Heer niet kennen. Als je eerst (door lezen van de Bijbel, bidden en de kracht van de Geest) je eigen geestelijke zuurstofgehalte op peil brengt, dan houd je je eigen relatie met God zuiver en goed. Dan ben je geestelijk ‘fit’ om anderen te helpen.