Wanneer ik als Amerikaan in Europa ben, is een van de dingen die ik het liefst doe een bezoek brengen aan de prachtige oude kathedralen die bijna overal te vinden zijn. Adembenemend mooi zijn ze, zoals ze naar de hemel reiken. De architectuur, kunst en symboliek die je daar aantreft, bieden je een verbluffende ervaring van verwondering en grootsheid.

Toen ik erover nadacht hoe die gebouwen gemaakt zijn om Gods grootheid en onovertroffen pracht te weerspiegelen, vroeg ik me af hoe we in ons eigen hart en denken een vergelijkbaar besef van Gods majesteit zouden kunnen ‘vangen’ en vasthouden.

Een van de manieren om dat te doen is door de grote, majestueuze bouwwerken van de mens in ogenschouw te nemen, en aan de hand daarvan te denken aan grootheid van wat God geschapen heeft. Kijk op een heldere nacht maar eens naar de sterren en denk aan de macht waarmee God alles door een enkel woord tot aanzijn heeft gebracht. Hou eens een pasgeboren baby in je armen en dank God voor het wonder van het leven zelf. Kijk naar de hoge met sneeuw bedekte bergen van de Alpen of de machtige zee die wemelt van miljoenen schepsels van God, en denk aan de macht die nodig is om een dergelijk ecosysteem in stand te houden.

De mens zit er niet ver naast wanneer hij naar de hemel reikt met bouwwerken die bedoeld zijn om naar God te wijzen. Maar bewaar de zuiverste bewondering en verering voor God zelf, tegen wie we zeggen: ‘U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit’ (1 Kron. 29:11).