Laatst bracht ik een middagje door op een kunsttentoonstelling met de titel De Vader, zijn twee zoons en de kunst van het vergeven. Alle kunstwerken die daarin te zien waren hadden te maken met Jezus’ gelijkenis van de ‘verloren zoon’ (Luc. 15:11-31). Vooral het schilderij De verloren zoon van Edward Riojas sprak me aan. Op het schilderij is de dolende zoon te zien die naar huis terugkeert. Hij loopt in de vodden en sjokt met zijn hoofd naar de grond. Een doods landschap is achter hem te zien, en hij stapt juist het pad op, waarover de vader al naar hem toe rent. Aan de onderkant staan Jezus’ woorden: ‘Zijn vader zag hem al in de verte aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af’ (vs. 20).

Wat me zo aansprak, was dat ik hierdoor weer eens besefte hoezeer Gods onveranderlijke liefde mijn leven veranderd heeft. Toen ik van Hem wegliep, keerde Hij me de rug niet toe. Hij bleef naar me uitkijken en wachten. Zijn liefde is even onverdiend als onveranderlijk; ze wordt vaak genegeerd, maar nooit teruggetrokken.

Wij allemaal zijn schuldig; onze hemelse Vader komt naar ons toe om ons te verwelkomen, net als de vader in het verhaal naar zijn eigenzinnige zoon rende. ‘Laten we eten en feestvieren,’ zei de vader tegen zijn dienaren. ‘Want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden’ (vs. 23-24).

De Heer verheugt zich nog steeds over ieder die naar Hem terugkeert. En dat is ook wel een feestje waard.