Een paar jaar geleden hoorde ik een vrouw een verhaal vertellen over haar zoontje van nog geen tien jaar oud, die naar een nieuwsbericht over een geweldsincident op de tv zat te kijken. Uit instinct pakte ze de afstandsbediening en zapte naar een andere zender. ‘Daar hoef je niet naar te kijken,’ zei ze wat kortaf tegen hem. Er volgde een discussie, en aan het eind deelde ze hem mee dat hij beter zijn hoofd kon vullen met ‘alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is . . .’ (Fil. 4:8). Toen ze later na het eten met haar man naar het nieuws zat te kijken, stormde opeens hun dochter van vijf de kamer in en zette de tv uit. ‘Daar hoeven jullie niet naar te kijken,’ verklaarde ze met haar beste ‘mama’-stem. ‘Denk liever aan al die dingen uit de Bijbel!’

Als volwassenen kunnen we het nieuws beter absorberen en verwerken dan onze kinderen. Maar hoe amusant het misschien overkomt, de dochter gaf wel blijk van de nodige wijsheid, toen ze de woorden sprak die haar moeder eerder die dag gebezigd had. Zelfs verstandige volwassenen kunnen beïnvloed worden door een constante blootstelling aan de meer duistere kanten van het leven. Nadenken over het soort zaken dat Paulus in Filippenzen 4:8 opsomt, vormt een krachtig tegengif tegen de somberheid die zich soms van je meester maakt als je ziet hoe de wereld eraan toe is.

Goed nadenken over dat waarmee je je hoofd vult, is een uitstekende manier om God te eren en tegelijk je hart te bewaken.