Maand: juni 2018

Licht voor de wereld

Een van mijn lievelingskunstwerken hangt in de kapel van Keble College in Oxford. Het is een schilderij van William Holman Hunt genaamd The Light of the World (‘het licht van de wereld’). Daarop is Jezus afgebeeld die een lantaarn vasthoudt en bij een huis aanklopt.

foto’s van liefde

Samen met mijn kinderen ben ik aan een nieuw gebruik begonnen. Elke avond wanneer ik hen in bed stop, pakken we kleurpotloden en steken we een kaars aan. Dan vragen we God om ons te leiden, pakken we onze dagboeken en tekenen of schrijven het antwoord op twee vragen: Wanneer heb ik vandaag iemand liefgehad?, en Wanneer heb ik vandaag iemand mijn liefde onthouden?

Een ring in een afvalbak

Toen ik nog studeerde, werd ik op een ochtend wakker doordat mijn kamergenote Carol in paniek rondliep. Ze was haar zegelring kwijt. We zochten in alle hoeken en gaten. Later doorzochten we de afvalbak.

Ontsloten

Een jongen die met een hersenverlamming geboren was kon niet praten of communiceren. Maar zijn moeder, Chantal Bryan, bleef het proberen. Toen hij tien was ontdekte ze een manier om met hem te communiceren via zijn ogen en een letterbord. Na deze doorbraak zei ze: ‘Nu was hij ontsloten en konden we hem alles vragen.’ Tegenwoordig kan Jonathan lezen en schrijven, waaronder gedichten, en dat alles door met zijn ogen te communiceren. Toen hem gevraagd werd hoe het is om met zijn familie en vrienden te communiceren, zei hij: ‘Ik vind het geweldig om te zeggen dat ik van ze houd.’

Vrij

Toen ik als jongen in een dorp woonde, was er iets aan kippen dat me fascineerde. Telkens als ik er één ving, hield ik haar een paar seconden tegen de grond gedrukt, waarna ik haar voorzichtig weer los liet. Maar het beest dacht dat ik haar nog steeds vasthield, en bleef zitten. Ze was vrij om weg te rennen, maar voelde zich nog steeds gevangen.

Dankzeggen

Al heel wat jaren lees ik met veel plezier de werken van de Britse schrijver G. K. Chesterton. Vaak moet ik grinniken om zijn gevoel voor humor en zijn diepe inzichten, die doorgaans ook aanleiding geven tot diepe bespiegelingen. Zo schreef hij: ‘Voor de maaltijd spreek je een dankzegging uit. Dat is prima. Maar ik doe dat ook voor een toneelstuk of opera, voor een concert en een circusact, voordat ik een boek opensla en voor ik ga tekenen, schilderen, zwemmen, schermen, boksen, lopen, spelen en dansen; en ik zeg dank voordat ik de pen in de inkt doop.’

De troost van een vriend

Laatst las ik over een moeder die zich erover verbaasde dat haar dochter van haar middel tot haar voeten onder de modder zat, toen ze van school thuiskwam. Haar dochter legde uit dat een vriendinnetje uitgegleden en in een modderplas gevallen was. Terwijl een andere klasgenoot weg was om hulp te halen, kreeg de dochter medelijden met haar vriendin die in de modder zat en haar zere been vasthield. Ze ging naast haar in de modder zitten wachten tot hun klasgenoot de juf erbij had gehaald.

Ergens bij horen

De avond ervoor was ik tot diep in de nacht uit geweest, zoals ik elke zaterdag deed. Met mijn twintig jaar vluchtte ik zo hard als ik kon van God weg. Maar merkwaardig genoeg voelde ik opeens een sterke drang om naar kerk te gaan, waarvan mijn vader predikant was. Snel trok ik een versleten spijkerbroek en T-shirt aan, en mijn schoenen met loshangende veters, en reed ik de halve stad door.

Gemeenschap met Jezus

Ik vergeet nooit de dag waarop ik het voorrecht had om tijdens een diner naast Billy Graham te zitten. Ik voelde me vereerd, maar ook wat onzeker over wat ik moest zeggen. Ik dacht dat het aardig zou zijn om het gesprek te beginnen met de vraag wat hij het mooiste vond, in alle jaren dat Hij als evangelist had gewerkt. Daarna begon ik hem stuntelig een aantal mogelijke antwoorden te noemen. Was het de ontmoetingen met presidenten, koningen en koninginnen? Of de verkondiging van het evangelie aan miljoenen mensen over de hele wereld?

Op de tijd letten

‘Westerlingen hebben een horloge. Afrikanen hebben de tijd’, zegt Os Guinness in zijn boek Impossible People, met een citaat van een Afrikaans spreekwoord. Hierdoor ging ik nadenken over al die keren waarop ik een of ander verzoek met de volgende woorden beantwoordde: ‘Sorry, geen tijd.’ Ik dacht na over de tirannie van het urgente, en de mate waarin agenda’s en deadlines mijn leven beheersen.

Elke seconde telt

Toen ik Ada voor het eerst ontmoette had ze al haar leeftijdgenoten en familieleden overleefd, en woonde ze in een verzorgingstehuis. ‘Dat is het moeilijkst aan ouder worden,’ vertelde ze. ‘Dat je ziet dat iedereen weggaat, en jij alleen achterblijft.’ Op een dag vroeg ik haar wat ze zoal deed en wat haar bezighield. Als antwoord haalde ze een uitspraak van de apostel Paulus aan: ‘Want voor mij is leven Christus en sterven winst’ (Fil. 1:21). Ze ging verder: ‘Zolang ik er nog ben heb ik een taak. Als het een beetje gaat, praat ik met de mensen hier over Jezus. Als het wat minder gaat, kan ik altijd nog bidden.’

Een oordeel dat mank gaat

Hoe snel oordeel ik over iedereen die ik op straat zie lopen, die alleen maar oog voor zijn mobiel heeft. Hoe bestaat het dat iemand totaal niet op de omgeving let? Ziet hij de auto’s niet die hem bijna aanrijden?, denk ik dan. Kan het hem niet schelen dat hij zichzelf en anderen in gevaar brengt? Maar op een dag stak ik de uitgang van een steeg over en was ik zo verdiept in een berichtje dat ik las, dat ik de auto niet zag die juist de steeg uitkwam. Gelukkig zag de chauffeur mij wel en kon hij op tijd stoppen. Maar ik schaamde me kapot. Ik zag maar weer eens hoe wáár het is: als je met één vinger naar een ander wijst, wijzen er drie naar jezelf. Ik had mensen veroordeeld om iets wat ik zelf ook deed.

We gebruiken cookies voor een betere brows-ervaring. Door deze website te blijven gebruiken stemt u hiermee in. Hier vind u meer informatie over ons gebruik van cookies en hoe u ze kunt uitschakelen.