Ik was als gastspreker in een kerk en zou spreken over hoe je in alle eerlijkheid je gebrokenheid bij God kunt neerleggen en de genezing ontvangen die Hij je wil geven. Voor het slotgebed ging de plaatselijke voorganger in het middenpad staan, en keek zijn gemeenteleden diep in de ogen. Hij zei: ‘Als jullie predikant heb ik het voorrecht om jullie vaak door de week te ontmoeten, en de hartverscheurende verhalen van jullie gebrokenheid aan te horen. Tijdens de zondagse diensten doet het me dan de pijn om te moeten toezien hoe jullie je pijn en verdriet wegstoppen.’

Mijn hart kneep samen bij de gedachte aan de verborgen gebrokenheid die God wilde genezen. De schrijver van de brief aan de Hebreeën omschrijft het Woord van God als een levend en werkend iets. Veel mensen denk bij dit ‘Woord’ aan de Bijbel, maar het is nog veel meer dan dat. Jezus is het levende Woord van God. Hij kent onze diepste opvattingen en gedachten. En toch houdt Hij van ons.

Jezus is gestorven om de toegang tot God voor ons vrij te maken. Die toegang is nu altijd voor ons open. We weten allemaal dat het niet verstandig is om altijd alles met iedereen te delen. Maar we weten ook dat God zijn kerk heeft bedoeld als plek waar je als gebroken en vergeven volgelingen van Christus kunt leven zonder dat je je daarvoor hoeft te excuseren. Het mag een plek zijn waar we ‘elkaars lasten dragen’ (Gal. 6:2).

Wat houd jij vandaag voor anderen verborgen? En probeer je dat misschien ook voor God te verbergen? God kijkt naar ons door Jezus. En toch houdt Hij van ons. Laten we dat toe?