Een wijze vriend van me heeft me eens geadviseerd bij een ruzie nooit dingen te zeggen als ‘jij doet ook altijd . . .’ of ‘jij bent ook nooit . . .’. En zeker niet wanneer je met iemand van je eigen gezin discussieert. Je hebt zo gemakkelijk kritiek op de mensen om je heen. Je vergeet zo gemakkelijk hoeveel je van mensen houdt. Maar Gods blijvende liefde voor ons allemaal verandert nooit.

In Psalm 145 wemelt het van woordjes als ‘alle(n)’ en ‘heel’. ‘Goed is de HEER voor alles en allen, hij ontfermt zich over heel zijn schepping’ (vs. 9). ‘Allen zien hoopvol naar u uit . . . u vervult het verlangen van alles wat leeft’ (vs. 15-16). ‘Rechtvaardig is de HEER in alles wat hij doet . . . allen die hem aanroepen is de HEER nabij’ (vs. 17-18).

De hele psalm door worden we eraan herinnerd dat Gods liefde onbegrensd is en niemand voortrekt. En uit het Nieuwe Testament blijkt ze optimaal tot uiting te komen in de persoon van Jezus Christus: ‘Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem geloof niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Joh. 3:16).

Om Psalm 145 nog een keer aan te halen: ‘Hij vervult het verlangen van wie hem eren, hij hoort hun klacht en komt te hulp. De HEER waakt over wie hem liefhebben . . .’ (vs. 19-20). Gods liefde voor ons houdt nooit meer op, en schiet nooit tekort.