In de eerste eeuw deed de apostel Johannes iets voor zijn mede-gelovige Gajus dat in onze tijd een uitstervende gewoonte is. Hij schreef hem een brief.

Catherine Field schreef ooit in de New York Times: ‘Brieven schrijven is een van de oudste kunstvormen die bestaan. Als het over brieven gaat, gaan je gedachten bijna automatisch naar Paulus van Tarsus’, om een voorbeeld te geven. En eigenlijk geldt dat ook voor Johannes.

Zijn brief aan Gajus bevat wensen voor diens lichamelijke en geestelijke gezondheid, bemoedigende woorden over zijn trouw en een opmerking over zijn liefde voor de kerk. Daarnaast schrijft Johannes over een zeker probleem in de kerk, waarvan hij belooft dat hij er later op terugkomt. En hij vertelt hoe waardevol het is om goede dingen ter ere van God te doen. Al met al is het een zeer bemoedigende en stimulerende brief aan zijn broeder in het geloof.

In het digitale tijdperk komt het schrijven van brieven op papier misschien steeds minder voor, maar dat hoeft je er niet van te weerhouden om anderen te bemoedigen. Paulus schreef zijn brieven op perkament. Wij beschikken over een breed scala aan middelen om mensen ‘aan te schrijven’. Het gaat er niet om hoe je dat doet, maar dat je de tijd neemt om anderen te laten weten dat je om hen geeft in de naam van Jezus.

Bedenk hoe bemoedigend het voor Gajus geweest moet zijn toen hij Johannes’ brief opende. Kunnen wij onze broeders en zusters op een soortgelijke manier Gods liefde (en de onze) laten merken, door een doordacht berichtje of een opbeurend belletje?