Ik had niet zo’n beste week. De hele tijd voelde ik me wat somber en triest, al had ik geen idee hoe dat kwam.

Tegen het eind van de week hoorde ik dat een tante een nierstilstand had gehad. Ik wist dat ik haar even moest opzoeken, maar wilde mijn bezoek het liefst uitstellen. Ik ging toch naar haar toe. We aten wat, kletsten een tijdje en baden samen. Na een uur vertrok ik weer, en voor het eerst in dagen voelde ik me weer optimistisch en blij. Het had me duidelijk goed gedaan om even met iemand anders dan mezelf bezig te zijn.

Psychologen hebben ontdekt dat geven voldoening schenkt, met name wanneer de ontvanger zijn dankbaarheid toont. Volgens sommigen is de mens zelfs ten diepste een vrijgevig wezen. Misschien is het daarom dat Paulus er bij de gelovigen in Tessalonica op aandringt om ‘op te komen voor de zwakken’, wanneer hij hen aanmoedigt om hun geloofsgemeenschap op te bouwen (1 Tess. 5:14). Eerder had hij Jezus’ eigen uitspraak al aangehaald: ‘Geven maakt gelukkiger dan ontvangen’ (Hand. 20:35). Hij zei dit toen het over financiële donaties ging, maar het is evenzeer van toepassing voor het geven van tijd en het doen van moeite.

Wanneer je geeft maak je een klein beetje mee van wat God voelt. Je begrijpt iets beter waarom Hij blij is wanneer Hij ons zijn liefde kan schenken, en wij delen in die vreugde en de voldoening die je krijgt wanneer je anderen tot zegen bent. Ik denk dat ik gauw maar weer eens bij mijn tante langsga.