Als je in Nassau op de Bahama’s bent en het Clifton Heritage National Park bezoekt, ga je terug in de tijd naar een tragische periode uit de geschiedenis van die plek. Aan de kust is een trap die uit de rots is gehakt. Hij loopt helemaal vanaf de zeespiegel tot bovenaan de klippen. Slaven die in de achttiende eeuw per schip naar de Bahama’s vervoerd werden, moesten langs die trap omhoog klimmen. Vaak lieten ze daar hun gezinsleden achter. Hun wachtte een onmenselijk leven. Bovenaan de rotswand bij het einde van de trap staat een herdenkingsteken. Een stel ceders is uitgesneden in de vorm van vrouwen die over zee uitkijken naar het vaderland en de gezinsleden die ze kwijt zijn geraakt. De beelden zitten onder de strepen zoals die veroorzaakt werden door de zweep van de kapitein van een slavenschip.

Deze beelden van vrouwen die rouwen om wat ze verloren hebben, doet me eraan denken hoe belangrijk het is om de onrechtvaardige en verdorven systemen in de wereld te erkennen voor wat ze zijn, en ze te betreuren. Dat laatste niet omdat er geen hoop zou zijn. Veeleer is het een teken van eerlijkheid tegenover God. Voor elke christen zou dat een vertrouwde houding moeten zijn. Zo’n veertig procent van de psalmen is klaaglied. En in het boek dat die naam draagt roept Gods volk het tot Hem uit wanneer hun stad door vreemde legers in puin is gelegd (Klaagl. 3:55).

Een klaaglied is een passende reactie op de realiteit van het lijden. In een context van verdriet en moeite is het een goede manier om tot God te naderen. Ten diepste is een klaaglied een teken van hoop: wanneer je ‘klaagt’ over dingen die verkeerd zijn, roep je jezelf en anderen op om actief te proberen dingen te veranderen.

Dat is precies waarom die beeldentuin in Nassau de naam ‘Genesis’ gekregen heeft: de plek waar getreurd wordt, is tegelijk de plek van het nieuwe begin.