‘Twinkle, Twinkle, Little Star’ is een typisch Engels slaapliedje: ‘Fonkel, fonkel, kleine ster.’ De tekst komt uit een gedicht van Jane Taylor (1783-1824,) waarin zij zich verwondert over de door God geschapen kosmos waarin de sterren ‘zo hoog boven de aarde hangen’. In de minder bekende latere strofen voert de dichteres de ster als gids op: ‘Zoals je heldere, piepkleine vonk de reiziger in de nacht verlicht.’

In zijn brief aan de Filippenzen roept de apostel Paulus zijn lezers op om ‘zuiver en smetteloos’ te zijn wanneer ze ‘schitteren als sterren aan de hemel’, terwijl ze het goede nieuws van het evangelie om zich heen verspreiden (2:15-16). Misschien vergaat het jou net als mij: je vraagt je of hoe je als een ster kunt schitteren. Zo vaak heb je het gevoel dat je tekortschiet en valt het niet mee om te bedenken dat jouw ‘licht’ helder genoeg is om verschil te maken. Maar een ster probeert niet om ster te zijn. Hij is het gewoon. Licht maakt de wereld anders. En het verandert ons. God gaf letterlijk licht aan de wereld (Gen. 1:3) en door Jezus brengt God geestelijk licht ons leven binnen (Joh. 1:1-4).

Wij in wie Gods licht woont, behoren zo te stralen dat de mensen om ons heen het licht zien en naar de bron ervan toegetrokken worden. Een ster hoeft er geen enkele moeite voor te doen om in de nachtlucht te hangen. Net zo maakt ons licht verschil door wat het nu eenmaal is: licht. We hoeven alleen maar het licht ‘door te laten’, dan geven we al gehoor aan Paulus’ richtlijn om ‘vast te houden aan het woord dat leven brengt’ (vs. 16) in een wereld gehuld in duisternis. Zo wijzen we anderen naar de bron van onze hoop: Jezus.