Als jonge moeder was ik vastbesloten om het eerste levensjaar van mijn dochter vast te leggen. Elke maand maakte ik foto’s van haar om te laten zien hoe ze veranderde en groeide. Op een van mijn lievelingsfoto’s zit ze met een heel tevreden gezicht in een uitgeholde pompoen die ik van een boer in de buurt gekocht had. Daar zat ze, de vreugde van mijn hart, in een overmatig grote vrucht. In de weken erna verrotte de pompoen, maar mijn dochter bleef groeien en bloeien.

De manier waarop Paulus beschrijft wie Jezus is en wat het betekent om Hem te kennen, doet me aan die foto denken. De kennis van Jezus die we in ons hart dragen vergelijkt hij met een schat die in een aarden pot opgeslagen ligt. Als we eraan denken wat Jezus voor ons gedaan heeft, geeft ons dat de moed en kracht om vol te houden, ook al ‘worden we van alle kanten belaagd’ (2 Kor. 4:8). Dankzij Gods kracht in ons leven, ‘gaan we niet te gronde’ wanneer we ‘geveld’ worden (vs. 9). Zo laten we zien dat Jezus in ons leeft.

Net zoals de pompoen ten slotte verging, kunnen wij ons uitgeput en bont en blauw voelen door onze beproevingen. Maar de vreugde van Jezus in ons kan blijven groeien, ook als we moeilijke dingen meemaken. Onze kennis van Hem, zijn kracht die in ons leven werkt, is de schat die opgeslagen ligt in de kwetsbare klei van ons lichaam. We kunnen bloeien te midden van de moeiten omdat zijn kracht in ons werkt.