Anne Frank is over de hele wereld bekend dankzij haar dagboek uit de oorlogsjaren. Tijdens haar laatste maanden in een vernietigingskamp zei men over haar dat ‘haar tranen [om hen] nooit opdroogden’, waardoor ze ‘een zegen was voor iedereen die haar kende’. Deze omschrijving bracht de geleerde Kenneth Bailey tot de conclusie dat Anne blijkbaar geen moment last had van ‘compassie-moeheid’ (oftewel ‘compassion fatigue’).

Compassie-moeheid kan een van de gevolgen zijn van een leven in een zwaar gebroken wereld. De enorme omvang van het menselijke lijden kan zelfs iemand met de allerbeste bedoelingen verlammen. Er was er echter één die daar niet vatbaar voor was. De evangelist Matteüs schrijft over Hem: ‘Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder’ (Mat. 9:35-36).

Onze wereld heeft niet alleen last van fysiek en materieel lijden, maar lijdt ook aan geestelijke gebrokenheid. Jezus is gekomen om ook die nood aan te pakken. Zijn volgelingen daagde Hij uit om zich bij dat werk aan te sluiten (vs. 37-38). Hij bad zijn Vader om arbeiders die de noden van de mensen om ons heen konden helpen lenigen, van mensen die worstelden met eenzaamheid, zonde en ziekte. Moge de Vader ons een hart geven voor al die mensen, waarin zijn eigen hart voor hen weerspiegeld wordt. Laten we in de kracht van zijn Geest zijn mededogen en zorg om allen die lijden handen en voeten geven.