De arts fronste niet, al sprak ze met mijn man over het feit dat hij pas gehoord had dat hij kanker had. Met een glimlach opperde ze hem om elke dag met dankzegging te beginnen. ‘Doe dat voor minstens drie dingen,’ raadde ze aan. Dan stemde ermee in. Hij wist dat dankbaarheid je hart opent om troost en moed in Gods goedheid te vinden. En zo begon Dan elke dag met een drievoudig dankgebed. Dank U, God voor de goede nachtrust. Dank U voor mijn schone bed. Voor het zonlicht. Voor het ontbijt dat op tafel staat. Voor de glimlach om mijn mond.

Ieder woord komt er van harte uit. Maar klinkt het niet te banaal? Heeft de almachtige God er iets aan dat je hem dankt voor de kleine details van je leven? In Psalm 50 beantwoordt Asaf die vraag voor ons: God heeft ‘de stier uit je stal niet nodig, noch de bokken uit je kooien’ (vs. 9). In plaats van die vroegere formele Israëlitische dankoffers wil God dat zijn volk Hem uit dankbaarheid hun hart en leven schenkt (vs. 14, 23).

Zoals mijn man merkte, helpt gemeende dankbaarheid je om op te bloeien. Als je dan de Heer aanroept ‘in tijden van nood’ zal Hij je ‘redden’ (vs. 15). Betekent dit dat Dan weer in geestelijk en lichamelijk opzicht zal genezen, als hij zijn behandeling van twee jaar ondergaat? Of pas na dit leven? We weten het niet, tenminste nog niet. Dan vindt het heerlijk om God te laten zien hoe dankbaar hij is voor zijn liefde en voor wie God is: Redder. Genezer. Vriend. En vrienden vinden het fijn om van elkaar die prachtige woordjes te horen: dank je wel.