Mijn broer en ik zijn opgegroeid in en bosrijk heuvelgebied in West Virginia, een bijzonder vruchtbare omgeving voor onze fantasie. We slingerden aan klimplanten als Tarzan en bouwden boomhutten alsof we de Zwitserse Familie Robinson waren. We speelden scènes na uit de boeken die we lazen en de films die we gezien hadden. Een van onze favoriete bezigheden was het bouwen van een fort waarin we konden spelen dat we volkomen veilig waren. Jaren later maakten mijn eigen kinderen forten van dekens, lakens en kussens. Zo bouwden ze hun eigen ‘veilige plek’ tegen denkbeeldige vijanden. Kennelijk is dat iets waar je instinctief naar verlangt: een schuilplaats waar je je veilig voelt en op je gemak.

Wanneer de Israëlitische dichter-koning David een veilige plek zocht, vond hij die in de eerste plaats bij God. In een van zijn liederen schrijft hij: ‘God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet’ (Ps. 46:2-3). Als je de oudtestamentische verhalen over David leest en beseft dat hij vrijwel voortdurend met allerlei bedreigingen leefde, dan vormen deze woorden een bewijs van een bijzonder groot vertrouwen in God. Ondanks al die bedreigingen wist David waar hij veilig was: bij God.

Ook wij mogen delen in die zekerheid. De God die belooft ons nooit te verlaten of in de steek te laten (Heb. 13:5) is degene aan wie we elke dag weer ons leven mogen toevertrouwen. We leven in een gevaarlijke wereld, maar bij God is er rust en veiligheid, zowel nu als voor eeuwig. Hijzelf is onze veilige plek.