Je hoeft er weinig moeite voor te doen om te zien dat het tegenwoordig in is om een tatoeage te laten zetten. Soms is hij zo klein dat hij nauwelijks opvalt. Anderen, van sporters tot acteurs en ‘gewone’ mensen, kiezen ervoor om hele lichaamsdelen met gekleurde afbeeldingen en woorden te bedekken. Het lijkt erop dat deze trend alleen maar toeneemt: de tatoeage als blijvend onderdeel van onze cultuur.

Hoe je ook over dit verschijnsel denkt, in Jesaja 44 gaat het erover dat mensen iets op hun hand schrijven, ‘Van de HEER’ in dit geval (vs. 5). Nu is dit beeldspraak, maar deze zelf aangebrachte ‘tatoeage’ is de climax van een heel gedeelte waarin het gaat over de zorg van de Heer voor zijn uitverkorenen (vs. 1). Ze kunnen rekenen op zijn hulp (vs. 2); hun land en nakomelingen zijn voorwerp van grote zegen (vs. 3). Met drie simpele, maar krachtig sprekende woordjes, ‘van de HEER’, wordt uitgedrukt dat Gods volk wist dat ze van Hem waren en dat Hij voor hen zou zorgen.

Wie door het geloof in Jezus Christus tot God komt, mag vol vertrouwen van zichzelf zeggen dat hij ‘van de HEER’ is. Zijn volk zijn we, zijn schapen, zijn nakomelingen, zijn erfenis, zijn woning. Allemaal uitdrukkingen waaraan je je kunt vasthouden gedurende de verschillende fasen van je leven. We hebben meestal niet letterlijk een merkteken of tatoeage, maar we mogen ervan uitgaan dat we het getuigenis van Gods Geest in ons hart hebben, die ons verzekert dat we bij Hem horen (Rom. 8:16-17).