Elke winter wordt ik wel eens wakker in een verrassend stille, witte wereld waarin de sneeuw zachtjes valt. Heel wat anders dan de het gedonder in het voorjaar, waarmee een fikse bui zich midden in de nacht aankondigt.

In het liedje ‘Winter Snow Song’ zingt Audrey Assad erover dat Jezus op aarde had kunnen komen met het geweld van een hevige orkaan, maar dat Hij er juist voor koos om heel rustig en zachtjes de wereld binnen te ‘glippen’, als de sneeuw die ’s nachts om je huis gevallen is.

Velen werden verrast door Jezus’ komst. Hij werd niet in een paleis geboren, maar in een nederig bouwsel net buiten Betlehem. En Hij lag in het enige ‘bed’ dat er was, een voerbak voor de dieren (Luc. 2:7). De eersten die Hem welkom heetten, waren geen leden van het koninklijk huis of hoge ambtenaren, maar eenvoudige herders (vs. 15-16). Jezus’ ouders waren niet rijk, maar het enige wat ze bij zijn presentatie in de tempel konden aanbieden was het simpele offer van twee vogels (vs. 24).

De eenvoudige binnenkomst in de wereld van Jezus was al voorzien door de profeet Jesaja, die zei dat de Redder ‘niet schreeuwt, hij verheft zijn stem niet’ (Jes. 42:2), noch zou hij met veel macht en geweld komen waardoor het geknakte riet zou breken of de kwijnende vlam zou doven (vs. 3). In plaats daarvan kwam Hij heel rustig en onopvallend om ons naar zich toe te trekken met het vredesoffer dat Hij aan God bracht, namelijk zichzelf. Die rust en vrede zijn nog altijd beschikbaar voor iedereen die gelooft in het verrassende verhaal van een Redder die geboren is in een stal.