Autosloperijen fascineren me. Ik knutsel graag aan auto’s, en geregeld bezoek ik een sloperij bij ons in de buurt. Het is een eenzame plek waar de wind fluit tussen de afgeschreven karkassen die ooit iemands dierbare karretje waren. Sommige zijn in elkaar gereden, andere versleten en weer andere werden gewoon te oud. Als ik tussen de rijen doorloop, valt mijn oog soms op een bepaald exemplaar en vraag ik me af wat hij ‘tijdens zijn leven’ allemaal heeft meegemaakt. Het is als een deur naar het verleden. Elk wrak heeft zijn eigen verhaal van menselijk verlangen naar het laatste model en het onverbiddelijke voortschrijden van de tijd.

Toch vind ik het allerleukst om een oud onderdeel een nieuw leven te geven. Als ik iets aantref dat weggegooid is, waarmee ik een ander voertuig kan repareren, dan voelt het als een kleine overwinning op de tijd en het verval.

Dan moet ik wel eens denken aan wat Jezus aan het slot van de Bijbel zegt: ‘Zie, ik maak alles nieuw!’ (Op. 21:5). Dat gaat over Gods vernieuwing van de hele schepping, inclusief de gelovigen. Maar wie in Jezus gelooft, is in Hem nu al ‘een nieuwe schepping’ (2 Kor 5:17).

Op een dag zal zijn belofte van de oneindigheid bij Hem vervuld worden (Joh. 14:3). Ouderdom en ziekte eisen dan hun tol niet meer, en het avontuur van een leven in eeuwigheid begint. Wat voor verhalen zullen we elkaar dan te vertellen hebben, verhalen over de bevrijdende liefde van de Heiland en zijn onvergankelijke trouw.