Ik lag stil op de met vinyl bedekte mat en hield gehoorzaam mijn adem in terwijl het apparaat zoemde en klikte. Ik kende allerlei mensen die door een MRI-scanner waren heengegaan. Maar voor iemand die zo claustrofobisch is als ik was het nodig me op iets (Iemand) hoger dan mezelf te focussen, om er goed doorheen te komen.

In gedachten liet ik een uitspraak uit de Bijbel meeklinken op het ritme van het apparaat: ‘(. . .) met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte (. . .) begrijpen, ja de liefde van Christus kennen’ (Ef. 3:18-19). In dit gebed van Paulus voor de gemeente in Efeze, noemt hij vier dimensies van Gods liefde en nabijheid, om op de oneindigheid ervan te wijzen.

De positie die ik innam terwijl ik door de scanner heenging, gaf me een nieuw perspectief op deze gedachte. De lengte: de afstand tussen de twee openingen van de cilinder, iets meer dan mijn eigen lengte van mijn kruin tot mijn tenen. De breedte: de dertig centimeter aan weerszijden van mijn lichaam, waar mijn armen strak tegen mijn lichaam gebonden waren. De hoogte: de dertig centimeter van tussen mijn neus en het ‘plafond’ van de buis. De diepte: de poten onder de buis waarmee hij aan de vloer vastzat, en waardoor ik een eindje boven de grond lag. Vier dimensies als illustratie van Gods nabijheid, die me aan alle kant omgaf terwijl ik in de MRI-scanner lag, en die me elke dag dat ik leef omgeeft.

Gods liefde is overal om ons heen. In de breedte: Hij strekt zijn armen uit om alle mensen overal aan te raken. In de lengte: zijn liefde houdt nooit op. In de hoogte: Hij tilt ons op. In de diepte: Hij steekt zijn armen de diepte in om ons onder alle omstandigheden vast te houden. Niets kan ons van Hem scheiden (Rom. 8:38-39)!