Wat bepaalt de richting die je leven opgaat? Op een verrassende plek hoorde ik eens een antwoord op die vraag: een trainingscircuit voor motoren. Samen met wat vrienden wilde ik leren motorrijden, daarom besloten we les te nemen. Een deel van de training had te maken met iets dat ‘fixeren op het doel’ genoemd wordt.

‘Er komt zeker een moment,’ zei de instructeur, ‘dat je voor een onverwacht obstakel komt te staan. Als je daarnaar staart, als je je daarop fixeert, dan knal je er recht op. Maar als je eroverheen en erlangs kijkt naar waar je heen moet, dan kun je hem meestal omzeilen.’ Hij voegde eraan toe: ‘De richting die je op kijkt, is de richting die op gaat.’

Dit simpele maar diepe principe is ook van toepassing op je geestelijke leven. Als je je fixeert op je problemen en moeiten, dan oriënteert je als vanzelf je hele leven daarop.

In de Bijbel worden we juist aangemoedigd om over onze problemen heen te kijken, naar Degene die ons ermee kan helpen. In Psalm 121:1 staat: ‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp?’ De psalm geeft direct zelf het antwoord: ‘Mijn hulp komt van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft (. . .) De HEER houdt de wacht over je gaan en je komen van nu tot in eeuwigheid’ (vs. 2, 8).

Soms kunnen de obstakels op je weg onoverkomelijk lijken. Maar God nodigt je uit om naar Hem te kijken. Hij wil je helpen om over je problemen heen te kijken, zodat ze niet je hele perspectief hoeven te domineren.