Door middel van akoestiek zijn astronomen in staat om geluiden en trillingen in de ruimte te observeren en te beluisteren. Ze hebben ontdekt dat een ster niet stil is wanneer hij door de ruimte zijn weg gaat, maar een soort muziek produceert. Net als de geluiden die een bultrugwalvis voortbrengt, kent de resonantie van een ster golflengten of frequenties die door het menselijke oor niet waarneembaar zijn. Toch vormt de muziek die sterren, walvissen en andere schepselen tezamen voortbrengen een prachtige symfonie ter ere van de grootheid van God.

In Psalm 19:2-5 lezen we: ‘De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen, de dag zegt het voort aan de dag die komt, de nacht vertelt het door aan de volgende nacht. Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord, het is een spraak zonder klank. Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal.’

In het Nieuwe Testament laat de apostel Paulus zien dat in Jezus ‘alles is geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en onzichtbare (. . .) alles is door hem en voor hem geschapen’ (Kol. 1:16). In antwoord daarop bezingen de hoogten en diepten van de geschapen werkelijkheid hun Maker. Laten we ons aansluiten bij de schepping en het uitzingen tot eer van de grootheid van Hem die ‘de hemel gemeten heeft met een ellenmaat’ (Jes. 40:12).