Voor een werkopdracht was ik met een collega bijna vierhonderd kilometer van huis, en het was al laat toen we aan de terugreis begonnen. Nu ik ouder wordt en mijn ogen wat minder zijn, vind ik in het donker rijden minder prettig. Toch bood ik aan om als eerste een stuk te rijden. Ik pakte het stuur beet en staarde intensief naar de slecht verlichte wegen. Onder het rijden merkte ik dat ik beter kon zien wanneer een andere auto achter me reed en de weg vóór mij verlichtte. Ik was blij toen mijn collega na een tijd het stuur overnam. En dat was het moment waarop hij erachter kwam dat ik de hele tijd alleen met mistlampen aan gereden had.

Psalm 119 is een meesterlijke compositie van iemand die begreep dat Gods Woord ons het licht geeft dat we elke dag weer nodig hebben (vs. 105). En toch, hoe vaak gebeurt het niet dat we ons in een situatie bevinden die veel weg heeft van mijn nachtelijke ‘avontuur’ op de snelweg? Je spant je in om goed te kunnen zien, en soms dwaal je van de beste paden af omdat je vergeet het licht van Gods Woord te laten schijnen. In Psalm 119 worden we aangemoedigd om welbewust het ‘lichtknopje om te zetten’. Wat gebeurt er als je dat doet? Je vindt wijsheid om zuiver te leven (vs. 9-11); je ontdekt een nieuwe motivatie en aanmoediging om omleidingen te vermijden (vs. 101-102). En als je met het licht aan leeft, dan ga je vast en zeker de psalmdichter naspreken, die zegt: ‘Hoe lief heb ik uw wet, heel de dag is hij in mijn gedachten’ (vs. 97).