Het was een kort maar hartverwarmend berichtje, dat in de plaatselijke krant stond. Nadat ze een christelijk programma bijgewoond hadden voor de opbouw van een sterkere gezinsband, kreeg een groep gevangenen het zeldzame voorrecht dat ze in alle rust hun gezin mochten opzoeken. Sommigen hadden hun kinderen in geen jaren gezien. Nu hoefden ze niet door een dikke glasplaat heen te communiceren, maar konden ze elkaar aanraken en hun geliefden vasthouden. De tranen stroomden vrijuit, de gezinnen werden hechter en oude wonden begonnen te genezen.

Voor de meeste lezers van de krant was het maar een verhaal. Maar voor die gezinnen was het een gebeurtenis die hun hele leven veranderde. En in sommige gevallen was dit het beginpunt van een broodnodig proces van vergeving en verzoening.

Gods vergeving en zijn aanbod van verzoening, die mogelijk gemaakt zijn door zijn Zoon, zijn meer dan slechts een feitje van het christelijke geloof. Het bericht uit het artikel over de verzoening die plaatsvond, is een herinnering aan Jezus’ offer, dat geweldig nieuws is niet alleen voor de hele wereld, maar ook voor jou en mij.

Wanneer je door schuld overweldigd wordt om iets wat je gedaan hebt, is dit nieuws waaraan je je in je wanhoop kunt vastklampen. Op zo’n moment wordt het feit van Gods oneindige genade ook heel persoonlijk goed nieuws: dankzij Jezus’ sterven omwille van ons, mag je schoongewassen tot de Vader gaan, als ‘witter dan sneeuw’ (Ps. 51:9). Op zo’n moment, wanneer je weet dat je zijn genade echt niet verdient, kun je je vasthouden aan het enige zekere waarop je kunt vertrouwen: Gods nooit falende liefde en barmhartigheid (vs. 3).