Mijn grootmoeder was een bijzonder getalenteerde naaister. In Texas, waar ze vandaan kwam, heeft ze daarmee allerlei prijzen in de wacht gesleept. Zo lang ik al leef, geeft ze bij bijzondere gebeurtenissen altijd iets dat ze zelf gemaakt heeft. Een bordeauxrode sweater toen ik mijn diploma van de middelbare school haalde. Een paarse quilt voor mijn huwelijk. Op elk handgemaakte ding naaide ze haar merkteken: ‘Met de hand gemaakt voor jou door je oma.’ In elk geborduurde woordje voelde ik de liefde van mijn grootmoeder. Het voelde of ze meer dan genoeg vertrouwen had in mijn toekomst.

Paulus had het in zijn brief aan de Efeziërs over het doel van hun leven in de wereld, toen hij schreef: ‘Want hij [God] heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid’ (Ef. 2:10). Dit klinkt alsof het over Gods kunstwerk gaat, het meesterwerk van zijn hand. Voorts laat de apostel zien dat het aan ons als Gods ‘meesterwerk’ is om in aansluiting daarop onze ‘meesterwerken’ te maken, onze goede daden in de wereld te doen. Die doe je niet om gered te worden, daar zijn ze niet toereikend voor. Maar als je het werk van Gods handen bent, geschapen voor het doel dat Hij met je heeft, dan kan Hij je gebruiken om weer anderen naar zich toe halen en ook hen zijn liefde te geven.

Met haar hoofd gebogen boven haar naald en draad, maakte mijn oma dingen die haar liefde voor mij doorgaven, en waarin haar sterke verlangen naar voren kwam dat ook ik mijn plek in de wereld zou vinden. Met zijn hand vormt God elke dag van ons leven, en borduurt Hij als het ware zijn liefde en plan voor ons in ons hart, zodat wij Hem kunnen ervaren en vervolgens het werk van zijn handen in ons aan anderen laten zien.