Voordat we aan de lunch begonnen, vouwden we onze handen. Mijn vriend Jeff bad: ‘Vader, dank U dat we uw lucht mogen ademen en uw voedsel mogen eten.’ Jeff was net zijn baan kwijtgeraakt en maakte een pittige tijd door. Zijn eenvoudige vertrouwen in God en zijn erkenning dat alles van Hem is, raakten me diep. Ik dacht: ben ik er echt van doordrongen dat zelfs de simpelste, alledaagse dingen in mijn leven echt van God zijn, en dat ik ze van Hem mag gebruiken?

Toen koning David van het volk Israël geschenken aangeboden kreeg voor de bouw van de tempel in Jeruzalem, bad hij: ‘Wat ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zijn gebleken zoveel kostbaarheden af te staan? Alles is van u afkomstig, en wat wij u schenken komt uit uw hand.’ En: ‘Al deze rijkdom (. . .) komt uit uw hand en aan u dragen wij die op’ (1 Kron. 29:14, 16).

Volgens de Bijbel is het God ‘die in staat stelt om welvaart te verwerven’ en in je levensonderhoud te voorzien (Deut. 8:18). Als je beseft dat alles wat je hebt ‘geleend goed’ is, wordt het gemakkelijker om al het aardse los te laten en met open handen en een open hart te leven; gemakkelijker om in alle gulheid te delen, omdat je intens dankbaar bent voor de goede dingen die je elke dag weer ontvangt.

God is werkelijk een gulle gever, zo liefdevol dat Hij zelfs zijn Zoon voor ‘ons allen’ prijsgaf (Rom. 8:32). We hebben zo veel gekregen, laten we Hem dan ook van harte danken voor de zegeningen groot en klein.