Gaat de zon op in het oosten? Is de lucht blauw? Is de zee zout? Is het atoomgewicht van kobalt 58,9? Nou ja, dat laatste weet je misschien alleen als je een natuurkunde-freak bent of van zinloze weetjes houdt. Maar op de andere vragen is het antwoord direct duidelijk: ja. In feite wordt er bij dit soort vragen vaak een beetje sarcasme doorheen gemixt.

Als je niet oppast, kunnen je moderne, soms wat afgestompte, oren het nodige sarcasme opmerken in de vraag die Jezus aan een verlamde man stelt: ‘Wilt u gezond worden?’ (Joh. 5:6). Het antwoord dat je zou verwachten luidt misschien: ‘Neem je me in het ootje? Ik wacht al achtendertig jaar op hulp!’ Maar in Jezus’ vraag zit geen sarcasme, integendeel. Wat Jezus zegt is altijd vol mededogen, en de vragen die Hij stelt zijn voor ons eigen bestwil.

Jezus wist echt wel dat de man gezond wilde worden. Hij wist vast en zeker ook dat waarschijnlijk niemand hem in jaren die vraag gesteld had. Maar voordat Hij een wonder zou doen, was het Jezus’ bedoeling om de hoop van de man nieuw leven in te blazen. Dat deed Hij door de man een nogal voor de hand liggende vraag te stellen, en hem vervolgens een manier aan de hand te doen waarop hij kon reageren: ‘Sta op, pak uw mat op en loop’ (vs. 8). We lijken allemaal op die verlamde man. Ieder van ons heeft gebieden in zijn leven waar de hoop weggekwijnd is. De Heer ziet het en nodigt ons vol mededogen uit om weer in de hoop te geloven, dat betekent: in Hem te geloven.