Ik kon het niet geloven. Een blauwe gel-pen had zich tussen mijn witte handdoeken verstopt en de wasmachine overleefd, maar ontplofte in de droger. Alles zat onder de lelijke blauwe vlekken. Mijn witte handdoeken waren volledig verkleurd. Zelfs met een vrachtwagen vol bleekmiddel zouden de donkere vlekken niet meer verdwijnen.

Terwijl ik de handdoeken met tegenzin op de stapel met vodden smeet, moest ik denken aan de oudtestamentische profeet Jeremia, die klaagde over de verwoestende gevolgen van de zonde. Doordat het volk God had afgewezen en zich tot afgoden had gewend (Jer. 2:13), had Israël door eigen schuld een blijvende vlek in hun relatie met God, zo verklaarde de profeet. ‘Ook al was je je kleren met zeep, en met een overvloed aan loog, je schandvlek blijf ik zien, spreekt God, de HEER’ (vs. 22). De Israëlieten waren niet in staat om de schade die ze hadden aangericht te verhelpen.

Aan onszelf overgelaten is het voor ons onmogelijk om de vlek van onze zonde te verwijderen. Maar Jezus heeft gedaan wat wij niet kunnen. Door de kracht van zijn dood en opstanding ‘reinigt het bloed van Jezus (. . .) ons van alle zonde’ (1 Joh. 1:7).

Al is het soms moeilijk te geloven, houd je vast aan deze heerlijke waarheid: er is geen schade door zonde veroorzaakt, die Jezus niet volledig kan verwijderen. God is bereid en staat er altijd klaar voor om alle gevolgen van de zonde weg te wassen van iedereen die bereid is om zich tot Hem te wenden (vs. 9). Door Jezus kunnen we elke dag in vrijheid en hoop leven.