Maand: mei 2019

Ik ben er voor je

Net als in andere steden over de hele wereld, zijn er in de buitenwijken van Parijs mensen te vinden die de daklozen in hun gemeenschap helpen. Kleding wordt in waterdichte zakken opgehangen aan daarvoor aangewezen hekken, zodat mensen die op straat leven er uit kunnen halen wat ze nodig hebben. Op de zakken zit een sticker waarop staat: ‘Ik ben niet kwijtgeraakt. Ik ben voor jou als je het koud hebt.’ Deze hulp verwarmt niet alleen de mensen die geen dak boven hun hoofd hebben, maar is ook een les voor de hele gemeenschap hoe belangrijk het is om mensen in nood te helpen.

Liefde zonder vrees

Jarenlang droeg ik een schild van angst als bescherming om mijn hart. Dat was een excuus om geen nieuwe dingen te hoeven proberen, mijn dromen niet te volgen en God niet te gehoorzamen. Angst om mensen kwijt te raken, en voor verdriet en afwijzing stonden me in de weg om een relatie van liefde op te bouwen met God en andere mensen. Door de angst was ik een onzekere, bezorgde en jaloerse echtgenote en een overbezorgde, beschermende moeder. Terwijl ik nu echter steeds meer leer hoeveel God van me houdt, verandert Hij de manier waarop ik met Hem en de mensen om me heen omga. Omdat ik weet dat God voor me zorgt, voel ik me zekerder en ben ik sneller bereid om de belangen van anderen boven die van mezelf te stellen.

Het lege bed

Ik keek ernaar uit om terug te gaan naar het St. James-verzorgingshuis in Montego Bay op Jamaica, en Rendell weer te zien, die twee jaar eerder Jezus had leren kennen. Evie, een tiener van het koor van de middelbare school waarmee ik elk voorjaar een reis maak, had met hem in de Bijbel gelezen en hem het evangelie uitgelegd. Hij had Jezus aangenomen als zijn persoonlijke Redder.

Nooit alleen

Tijdens zijn werk voor een bijbelgids voor predikanten in Indonesië, raakte een vriend van me die schrijver is, gefascineerd door de gemeenschapcultuur in dat land. Een centraal begrip daarbij is gotong rojong, wat zoiets als ‘wederzijdse hulp’ betekent. Het is een idee dat in dorpen in praktijk gebracht wordt, waar buren bijvoorbeeld samenwerken om het dak van iemand te repareren of een brug of pad te aan te leggen. Ook in de steden wordt dit gebruik in ere gehouden, vertelde mijn vriend. ‘Mensen gaan altijd met iemand mee als hij bijvoorbeeld naar de dokter moet. Dat hoort in die cultuur. Zo ben je nooit alleen.’

Een levend gedenkteken van goedheid

De kerkelijke gemeente waarin ik opgroeide, hing zo ongeveer van tradities aan elkaar. Met een ervan kreeg je te maken wanneer een dierbaar familielid of een goede vriend overleed. Vaak kwam er niet veel later een bronzen bordje aan een kerkbank of aan schilderijtje aan de muur in de hal te hangen, waarop stond: ‘Ter nagedachtenis van . . .’ Daarbij werd de naam van de overledene ingevuld als herinnering aan een leven dat voorbij was. Ik kon die gedenkplaatjes wel waarderen. En dat doe ik nog steeds. Tegelijk heb ik er vaak bij stilgestaan dat dit eigenlijk maar statische, levenloze voorwerpen zijn, letterlijk iets dat ‘niet leeft’. Zou er een manier zijn om er iets van ‘leven’ aan toe te voegen?

Oproep om goede moed te houden

Tussen tal van standbeelden van mannen (zoals die van Nelson Mandela, Winston Churchill en Mahatma Gandhi) op het Parliament Square in Londen, staat precies één standbeeld van een vrouw. Dat is Millicent Fawcett, die streed voor het stemrecht van vrouwen. Ze is vereeuwigd in brons, met een banier in haar handen waarop de woorden staan die ze als eerbetoon aan een andere feministe sprak: ‘Moed roept op tot moed, waar dan ook.’ Fawcett was ervan overtuigd dat iemands moed anderen moediger maakt, zodat zelfs de meest timide personen in actie komen.

Gevangen maar niet stil

Het was de zomer van 1963. Na een lange busrit die de hele nacht duurde, stapte burgerrechten-activiste Fannie Lou Hamer met zes andere zwarte passagiers uit om wat te eten in Winona, in Mississippi. Politie-agenten dwongen hen om weer te vertrekken en ze werden gearresteerd en in de gevangenis gegooid. De vernedering bleef echter niet beperkt tot deze onrechtmatige arrestatie. Alle zeven werden ze flink in elkaar geslagen, Fannie nog het ergst. Ze kreeg het zo zwaar te verduren dat ze het bijna niet overleefde, maar ze barstte uit in een lied: ‘Paus en Silas was bound in jail, let my people go.’ En ze zong niet in haar eentje. Andere gevangen die fysiek gebonden waren maar van wie de geest nog altijd vrij was, zongen met haar mee.

‘God heeft mijn leven gered’

Toen Aron (niet zijn echte naam) vijftien was, begon hij tot Satan te bidden. ‘Het voelde alsof ik een heuse compagnon had,’ zei hij daarover. Aron begon te liegen, te stelen en zijn familie en vrienden te manipuleren. Ook kreeg hij nachtmerries: ‘Op een ochtend werd ik wakker, en daar zat de duivel aan het voeteneinde van mijn bed. Hij zei dat ik mijn examens zou halen, en daarna zou sterven.’ Aron kwam door zijn examens heen, en bleef in leven. Hij zei: ‘Het werd me duidelijk dat hij een leugenaar is.’

Stenen gooien

Lisa voelde geen enkele sympathie voor mensen die hun partner bedrogen . . . tot ze merkte dat haar eigen huwelijk haar totaal geen voldoening meer gaf en ze met gevaarlijke aanvechtingen te maken kreeg. Dankzij die pijnlijke ervaring kon ze beter meeleven met anderen en kreeg ze een nieuw inzicht in de uitspraak van Jezus: ´Wie van jullie zonder zonde, laat die als eerste een steen naar haar werpen’ (Joh. 8:7).

De kern van het vasten

De honger knaagde aan mijn zenuwen. Mijn mentor had me aangeraden om te vasten om me op God te focussen. Maar terwijl de dag voortschreed, begon ik me af te vragen hoe Jezus dat ooit veertig dagen lang had volgehouden. Ik had er moeite mee om op de Heilige Geest te vertrouwen, van wie ik verwachtte dat Hij me vrede, kracht en geduld zou geven. Vooral geduld.

Prachtig en uniek

Het mensenras is niet zo bijzonder, althans niet volgens de London Zoo. In 2005 organiseerde de dierentuin een vierdaagse expositie met als titel: ‘Mensen in hun natuurlijke omgeving.’ De mensen die ‘gevangen’ waren, werden door middel van een online-wedstrijd uitgekozen. Om te bezoekers inzicht in de mens te geven, maakten de medewerkers van de dierentuin bordjes waarop hun eetgewoonten en leefomgeving stonden, en de dingen waardoor ze bedreigd werden. Volgens de woordvoerder van de dierentuin was de tentoonstelling bedoeld om te laten zien dat de mens helemaal niet zo uniek is. Een van de deelnemers leek het daarmee wel eens te zijn: ‘Als ze mensen hier als dieren zien, dan herinnert dat hun eraan dat we toch niet zo speciaal zijn.’

Goddelijke ontsnapping

In het detectiveverhaal De vier klokken van Agatha Christie (met Hercule Poirot als de hoofdpersoon) komen criminelen voor die een hele serie moorden plegen. Hun oorspronkelijke plan is om één bepaalde persoon te vermoorden, maar om die eerste geheim te houden zien ze zich genoodzaakt om steeds weer nieuwe moorden te plegen. Als ze uiteindelijk gepakt worden, zegt een van hen tegen Hercule Poirot: ‘Alleen die ene moord was gepland.’

We gebruiken cookies voor een betere brows-ervaring. Door deze website te blijven gebruiken stemt u hiermee in. Hier vind u meer informatie over ons gebruik van cookies en hoe u ze kunt uitschakelen.