‘Mis nooit de kans om je kinderen de maan te laten zien!’ zei ze. Voordat onze midweekse gebedsdienst begon, hadden verschillenden van ons zitten praten over de ‘oogstmaan’ die de avond ervoor te zien was geweest. Het was een prachtige volle maan, die vlak boven de horizon stond. Mevrouw Webb was de oudste van de aanwezigen, met haar grijze haren en haar grote liefde voor Gods schepping. Ze wist dat mijn vrouw en ik op dat moment twee kinderen thuis hadden en wilde ons helpen hen de best mogelijke opvoeding te geven. Mis nooit de kans om je kinderen de maan te laten zien, vooral als ze vol is!

Mevrouw Webb had best psalmdichteres kunnen zijn. Haar soort oplettendheid weerklinkt ook in de beschrijving die David geeft van alles wat er aan de hemel is: ‘Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord, het is een spraak zonder klank. Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal’ (vs. 4-5). Noch David, noch mevrouw Webb had de intentie om de maan of de sterren te aanbidden, wel de creatieve handen die erachter zitten. De hemel en het uitspansel openbaren niets minder dan de heerlijkheid van God (vs. 2).

Ook wij kunnen de mensen om ons heen, van de kleine kinderen en de tieners tot onze partner en buren, aanmoedigen om even stil te staan, en uit te zien (en te horen) naar Gods heerlijkheid die in de wereld om ons heen verkondigd wordt. Waar mensen gewezen worden op het werk van Gods handen, leidt dat steevast tot aanbidding van de ontzagwekkende God die achter de hele show zit. Mis nooit de kans om dat te doen.