Door een verkeersongeval was Mary Ann Franco zwaar gewond geraakt. Ze overleefde het, maar kon daarna niets meer zien. ‘Het enige wat ik zag, was duisternis,’ vertelde France. Eenentwintig jaar raakte ze gewond aan haar rug toen ze ten val kwam. Toen ze na een rugoperatie weer bijkwam, had ze haar zicht op wonderbaarlijke wijze teruggekregen. Voor het eerst in meer dan twintig jaar zag Franco het gezicht van haar dochter. De neuroloog vertelde dat er geen enkele wetenschappelijke verklaring te geven was voor het feit dat ze haar gezichtsvermogen terughad. Maar de duisternis die zo definitief leek, maakte plaats voor licht en schoonheid.

Uit de Bijbel en onze eigen ervaringen weten we dat de wereld bedekt gaat onder een sluiter van onwetendheid en kwaad. Daardoor zijn we allemaal blind voor Gods liefde (Jes. 25:7). Zelfzucht, hebzucht, zelfgenoegzaamheid, verlangen naar macht en aanzien, al dat soort dingen ontneemt ons het zicht op God en zijn ‘wonderbaarlijke daden’ (vs. 1).

In een Engelse bijbelvertalingen wordt deze verblindende sluier een ‘sluier van duisternis’ of van ‘somberheid’ genoemd. Als we aan onszelf zijn overgelaten, zijn duisternis, verwarring en wanhoop ons deel. Vaak hebben we het gevoel dat we vastzitten en geen kant opkunnen, alsof we geen hand voor ogen zien en zoekend en tastend onze weg moeten gaan. Gelukkig hebben we Jesaja’s belofte dat God uiteindelijk ‘de sluier vernietigt waarmee alle volken omhuld zijn’ (vs. 7).

God laat ons niet zonder hoop achter. Zijn stralende liefde verwijdert alles wat ons verblindt, en verrast ons met een schitterende blik op een goed leven en genade in overvloed.