De stripheld is nog nooit zo populair geweest. Alleen in 2017 al zijn er zes films verschenen met een superheld in de hoofdrol, met een totale opbrengst van vier miljard dollar uit de kaartverkoop. Maar waarom zijn dit soort grote actiefilms zo populair?

Misschien komt dat ten dele doordat dit soort verhalen iets weg heeft van Gods Grote Verhaal. Je hebt een held, een boef, mensen die gered moeten worden en heel veel meeslepende actie.

In Gods verhaal is Satan de grootste ‘boef’, de vijand van onze ziel. Maar daarnaast zijn er tal van ‘kleinere’ boeven. In het boek Daniël is een ervan Nebukadnessar, de koning van een groot deel van de toenmalig bekende wereld. Hij had bepaald dat iedereen die zijn gigantische beeld niet aanbad, gedood moest worden (Dan. 3:1-6). Toen drie moedige Joodse ambtenaren weigerden te knielen (vs. 12-18), redde God hen op dramatische wijze uit de vurige oven (vs. 24-27).

Maar in een verrassende wending van het verhaal begint het hart van de boef te veranderen. Als reactie op deze spectaculaire gebeurtenis, zei Nebukadnessar: ‘Geprezen zij de God van Sadrach, Mesach en Abednego’ (vs. 28). Vervolgens dreigde hij iedereen te doden die zich ‘oneerbiedig’ over God uitliet (vs. 29), waaruit blijkt dat hij nog niet helemaal begrepen had dat deze God zijn hulp echt niet nodig had. In hoofdstuk 4 lees je hoe Nebukadnessar meer over God leert, maar dat is een ander verhaal.

Wat je hier ziet is dat Nebukadnessar niet slecht een ‘slechterik’ is, maar iemand die een geestelijke reis maakt. In Gods verlossingsverhaal reikt de held, onze Heer Jezus, de hand aan een ieder die redding behoeft, inclusief de ‘boeven’ onder ons.