Ik pakte de fantastisch geïllustreerde kinderbijbel en begon met voorlezen. Mijn kleinzoon luisterde geboeid toen het verhaal van Gods liefde en zorg zich in prachtig proza ontvouwde. Met een vinger tussen de bladzijden waar we gebleven waren, draaide ik het boek om en las de titel nog eens: Het bijbelse verhaal van Jezus: Elk verhaal fluistert zijn naam.

Elk verhaal ‘fluistert zijn naam’. Elk verhaal.

Laten we eerlijk zijn: soms valt het niet mee om de Bijbel te begrijpen. Dat geldt in het bijzonder voor het Oude Testament. Waarom lijkt het of zij die God niet kennen het winnen van Gods eigen volk? Hoe kan God zoveel wreedheid toelaten, terwijl we weten dat zijn karakter zuiver is, en al zijn plannen goed zijn?

Na zijn opstanding uit de dood kwam Jezus naar twee van zijn volgelingen toe die onderweg waren naar Emmaüs. Ze herkenden Hem niet en worstelden met de teleurstelling over de dood van Hem van wie ze gehoopt hadden dat Hij de Messias was (Luc. 24:19-24). ‘We leefden in de hoop dat hij degenen was die Israël zou bevrijden,’ vertrouwden ze Hem toe. ‘Maar ja . . .’ (vs. 21). Dan vertelt Lucas hoe Jezus hen geruststelde: Hij ‘verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten’ (vs. 27).

In elk verhaal kom je Jezus tegen, zelfs in de moeilijke, want ze laten zien hoe totaal kapot onze wereld is, en hoe hard we een Redder nodig hebben. Elke gebeurtenis, elke daad en elk ingrijpen van God wijzen op de oplossing die God bedacht heeft voor zijn koppige geliefden: om ons bij Hem terug te brengen.