Barbara groeide in de jaren zestig op onder de zorg van de Britse overheid. Op de dag waarop ze zestien werd, werd ze echter met haar pasgeboren zoontje Simon op straat gezet. De staat was niet langer verplicht om voor haar te zorgen, nu ze die leeftijd bereikt had. Barbara schreef een brief aan koningin Elisabeth waarin ze haar om hulp vroeg, en ze kreeg nog antwoord ook! De koningin had medelijden met Barbara en regelde dat ze een huis toegewezen kreeg.

De Britse koningin beschikte over de juiste middelen om Barbara te helpen. Haar mededogen en hulp kun je zien als een kleine afspiegeling van de hulp die God biedt. De Koning van hemel en aarde ziet alles wat wij nodig hebben en werkt op soevereine wijze zijn plannen voor ons leven uit. Daarbij verlangt Hij er evenwel ook naar dat wij naar Hem toegaan en Hem al onze noden en zorgen voorleggen als onderdeel van onze relatie met Hem.

In hun nood riepen de Israëlieten het uit tot God. Ze leden onder de last van de slavernij aan de Egyptenaren en schreeuwden om uitredding en bevrijding. God hoorde hen en dacht aan wat Hij beloofd had: ‘Hij zag hoe de Israëlieten leden en trok zich hun lot aan’ (Ex. 2:25). Hij gaf Mozes de opdracht om zijn volk te bevrijden en sprak uit dat Hij hen naar een ‘mooi en uitgestrekt land’ zou brengen, ‘een land dat overvloeit van melk en honing’ (3:8).

Onze Koning vindt het fijn wanneer we bij Hem komen! In zijn wijsheid voorziet Hij in wat wij nodig hebben, wat niet per se hetzelfde is als wat wij willen. Laten we rust vinden in zijn soevereine, liefdevolle voorziening.