Zonnebloemen komen overal op de wereld op een zorgeloze manier op. Bestoven door bijen komen ze tot bloei langs snelwegen, onder vogelkastjes en op de velden, weiden en prairies. Om een goede oogst op te leveren, hebben zonnebloemen echter een goede bodem nodig: met het juiste vochtgehalte, een lage zuurgraad, veel voedingsstoffen en ‘bemest met organisch materiaal of compost’, zoals het in de Farmers Almanac staat. Op goede grond brengen ze smaakvolle zonnebloemzaden en een zuivere olie voort, en zorgen ze voor een goed inkomen voor hardwerkende zonnebloemtelers.

Om geestelijk te groeien hebben wij ook een ‘goede bodem’ nodig, ‘vruchtbare grond’ (Luc. 8:15). Zoals Jezus in zijn gelijkenis van de zaaier leert, kan Gods Woord zelfs op een rotsachtige of met distels bedekte grond ontspruiten (vs. 6-7). Echt bloeien kan het echter alleen op een bodem van mensen ‘die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen’ (vs. 15).

Jonge zonnebloemen groeien ook heel geduldig op. De hele dag volgen ze de beweging van de zon; elke dag weer wenden ze zich tot de zon en draaien met hem mee (een verschijnsel dat heliotropisme genoemd wordt). Volgroeide zonnebloemen zijn al even gericht bezig. Zij staan permanent naar het oosten toe, waardoor de bloem verwarmd wordt en bijen en andere bestuivers aantrekt. En dat geeft dan weer een grotere oogst.

Net als de mensen die voor zonnebloemen zorgen, kunnen wij zorgen voor een goede ‘bodem’ waarin Gods Woord kan opgroeien. Dat doen we door ons aan zijn Woord vast te klampen en zijn Zoon na te volgen. Zo ontwikkelen we een eerlijk en goed hart waarin Gods Woord ons volwassen kan maken. Dat proces is een dagelijks gebeuren. Mogen wij de Zoon volgen en groeien.