Het verhaal gaat dat een jonge predikant die in 1763 over een kustweg op de kliffen van het Engelse Somerset reisde, in een grot zijn toevlucht zocht tegen het onweer en de stromende regen. Terwijl hij zo over Cheddar Gorge uitkeek, dacht hij na over het geschenk van de gevonden schuilplaats en de vrede in God. Tijdens het wachten schreef hij een gezang, dat bekend geworden is onder de titel Rock of Ages, ‘rots van de eeuwen’.

We weten niet of Augustus Toplady bij het schrijven van dit lied moest denken aan Mozes die ook ooit in een kloof schuilde (Ex. 33:22). In het verhaal van de uittocht zien we hoe Mozes Gods antwoord en geruststelling zocht. Hij vroeg God om hem zijn heerlijkheid te openbaren, en God hem genadig antwoordde omdat ‘geen mens mij kan zien en in leven blijven’ (vs. 20). Hij stopte Mozes weg in een rotskloof en trok langs, waarbij Mozes Hem alleen van achteren mocht zien. En zo wist Mozes dat God met hem was.

Aan Mozes beloofde God dat Hij met hem mee zou gaan, en zo mogen ook wij erop vertrouwen dat Hij altijd een schuilplaats voor ons is. In ons leven kunnen we allerlei stormen meemaken, net als Mozes en de Engelse predikant uit ons verhaaltje, maar als we Hem aanroepen, geeft Hij ons de vrede van zijn eigen tegenwoordigheid.