Mijn nicht, haar vierjarige dochtertje Kailyn en ik brachten samen een heerlijke middag door. We bliezen bellen in de tuin, waren druk met een prinsessenkleurboek en aten boterhammen met pindakaas en jam. Toen ze weer in de auto stapten om naar huis te gaan, riep Kaitlyn heel lief door het geopende raampje: ‘Vergeet me niet, tante Anne.’ Snel liep ik naar de auto toe en fluisterde: ‘Hoe kan ik jou ooit vergeten. Ik beloof dat we elkaar snel weerzien.’

In Handelingen 1 lees je dat de discipelen toekeken hoe Jezus ‘voor hun ogen omhooggeheven werd en opgenomen werd in een wolk’ (vs. 9). Ik vraag me af of zij dachten dat zij ooit vergeten zouden worden door hun Meester. Maar Hij had hun vlak ervoor beloofd dat Hij zijn Geest zou sturen. Die zou in hen leven en hun kracht geven om de vervolging aan te kunnen die eraan kwam (vs. 8). En Hij had hun geleerd dat Hij wegging om een plaats voor hen klaar te maken. Daarna zou Hij terugkomen en hen meenemen zodat ze altijd bij Hem zouden zijn (Joh. 14:3). Toch zullen ze zich best afgevraagd hebben hoe lang ze daarop zouden moeten wachten. Misschien wilden ze het wel zeggen: ‘Vergeet ons niet, Jezus!’

Voor ons die op Jezus moeten vertrouwen, geldt dat Hij in ons leeft door zijn Heilige Geest. We kunnen ons best nog afvragen wanneer Hij terugkomt om ons en zijn schepping definitief te herstellen. Maar het zal zeker gebeuren; Hij zal ons niet vergeten. ‘Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld’ (1 Tess. 5:10-11).