Soldaten die jarenlang in een broeierige jungle vochten, kwamen vaak een frustrerend probleem tegen. Zonder enige waarschuwing kon een doordringende prikkende wingerd zich vasthechten aan het lichaam en de bepakking van de soldaten, waardoor ze vast kwamen te zitten. Als ze worstelden om zich te bevrijden, kwamen er nog meer tentakels van de plant die zich om hen heen wikkelden. De soldaten noemden de plant de ‘wacht-even’ kruiper. Als iemand vastzat en niet meer vooruit kon komen, zag hij zich genoodzaakt om naar de anderen in zijn team te roepen: ‘Hé, wacht even; ik zit vast!’

Net zo is het moeilijk voor een volgeling van Jezus om vooruit te blijven gaan wanneer hij in de zonde verstrikt raakt. In Hebreeën 12 lees je dat we ‘de last van de zonde waarin we steeds weer verstrikt raken’ van ons af moeten werpen en ‘vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt’ (vs. 1). Maar hoe doe je dat, de zonde afwerpen die je tegenhoudt?

Jezus is de enige die ons kan helpen ons vrij te maken van de verstikkende zonde in ons leven. Laten we leren onze blik gericht te houden op Hem, onze Redder (vs. 2). Omdat de Zoon van God ‘in alles gelijk [werd] aan zijn broeders en zusters, weet Hij hoe het is om in verleiding te komen, alleen niet om te zondigen (2:17-18; 4:15). In ons eentje kunnen we wanhopig verstrikt raken in onze eigen zonde, maar God wil dat we de verleiding weerstaan. Niet door onze eigen kracht, maar door de zijne kunnen we de verstrikkende en verstikkende zonde afwerpen ‘afwerpen’ en zijn gerechtigheid najagen (1 Kor. 10:13).