Ik werd wakker in het pikkedonker. Ik had misschien maar een half uur geslapen, en voelde in mijn hart dat de slaap niet snel zou terugkomen. De man van mijn vriendin lag in het ziekenhuis en had afschuwelijk nieuws gekregen. ‘De kanker is terug, nu in je hersenen en je ruggengraat.’ Met heel mijn wezen leed ik mee met mijn vrienden. Wat een zware last. En toch werd mijn geest verlicht door mijn nachtelijke wake en mijn gebed. Je zou kunnen zeggen dat ik een schitterende last voor hen voelde. Hoe was dat mogelijk?

In Matteüs11:28-30 belooft Jezus rust voor onze vermoeide zielen. Merkwaardig genoeg krijg je die rust juist als je zijn juk draagt en zijn last omarmt. Hij legt dit verder uit in vers 30: ‘Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’ Als je Jezus je last van je rug laat af tillen, en je laat binden onder zijn juk, dan wordt je als het ware met zijn tuig opgetuigd. Dan ben je één met Hem en met alles wat Hij toelaat. Als je onder zijn last gebukt gaat, deel je in zijn lijden, waardoor je uiteindelijk ook in zijn troost en vrede mag delen (2 Kor. 1:5).

De bezorgdheid om mijn vrienden was een zware last. Toch voelde ik me dankbaar dat ik hen in mijn gebeden bij God mocht brengen. Langzaam maar zeker viel ik weer in slaap om in de ochtend weer wakker te worden. Maar nu droeg ik die schitterende last als het zacht juk van een leven met Jezus.