Toen de legendarische componist Guiseppe Verdi een jongeman was, kende hij een sterk verlangen naar goedkeuring dat hem naar het succes dreef. Warren Wiersbe schreef over hem: ‘Toen Verdi in Florence zijn eerste opera uitvoerde, stond de componist zelf in de coulissen en hield hij zijn blik gericht op één enkele man in het publiek. Dat was de grote Rossini. Verdi gaf er niets om of de mensen in de zaal hem toejuichten of uitjouwden; het enige waar hij op uit was, was een goedkeurende glimlach op het gezicht van de meestermusicus.’

Naar wiens goedkeuring streven we? Die van een ouder? Onze baas? Die van iemand wiens hart we hopen te winnen? Voor Paulus was er maar één antwoord. Hij schreef: ‘Wij spreken alleen omdat God ons daartoe waardig heeft gekeurd en ons het evangelie heeft toevertrouwd, niet om mensen te behagen, maar God, die de mensen doorgrondt’ (1 Tess. 2:4).

Wat betekent het om te streven naar de goedkeuring van God? Op zijn minst houdt dat twee dingen in: je afkeren van het verlangen naar het applaus van mensen, en zijn Geest de ruimte geven om je meer op Jezus te doen lijken. Hij is het die ons liefhad en zichzelf voor ons gaf. Als we aan zijn volmaakte plan voor ons voldoen, dan kunnen we uitzien naar de dag waarop we zijn goedkeurende glimlach zullen opmerken. Hij is de enige die er echt toe doet.