Toen mijn man Dan kanker bleek te hebben, vond ik het lastig op welke manier ik aan God moest vragen of Hij hem wilde genezen. In mijn beperkte blik hadden andere mensen in de wereld zoveel ergere problemen zoals oorlog, honger, armoede en natuurrampen. Maar toen we op een ochtend samen aan het bidden waren, vroeg mijn man simpelweg: ‘Lieve Heer, genees mij alstublieft.’

Dit was zo’n eenvoudig, oprecht gebed dat ik besloot niet langer om van die ingewikkelde dingen te vragen. God hoort onze oprechte vraag om hulp zo ook wel. Ik kon een voorbeeld nemen aan David, die eenvoudigweg vroeg: ‘Keer terug, HEER, spaar mijn leven, toon mij uw trouw en red mij’ (Ps. 6:5).

Ziedaar wat David uitriep in een tijd van geestelijke verwarring en wanhoop. In wat voor situatie hij precies zat, wordt in deze psalm niet uitgelegd, maar zijn eerlijke vragen geven blijk van een diep verlangen naar goddelijke hulp en herstel. ‘Moe ben ik van zuchten,’ zei hij (vs. 7).

Toch liet David zijn eigen beperkingen (inclusief zijn zonden) hem er niet van weerhouden om zijn nood bij God neer te leggen. Maar zelfs voordat God antwoordde kon de dichter zich al verheugen: ‘De HEER hoort hoe luid ik ween, de HEER hoort mijn roep om erbarmen, de HEER neemt mijn smeekbeden aan’ (vs. 9-10).

Ondanks onze verwarring en onzekerheid hoort en aanvaardt God de eerlijke gebeden van zijn kinderen. Hij is altijd bereid te luisteren, in het bijzonder wanneer we Hem het hardst nodig hebben.